Tichelwerk Rusthoven - Appingedam



Click on the photo to enlarge

Plants: image 1 0f 22 thumb Plants: image 2 0f 22 thumb Plants: image 3 0f 22 thumb Plants: image 4 0f 22 thumb Plants: image 5 0f 22 thumb Plants: image 6 0f 22 thumb Plants: image 7 0f 22 thumb Plants: image 8 0f 22 thumb Plants: image 9 0f 22 thumb
Plants: image 10 0f 22 thumb Plants: image 11 0f 22 thumb Plants: image 12 0f 22 thumb Plants: image 13 0f 22 thumb Plants: image 14 0f 22 thumb Plants: image 15 0f 22 thumb Plants: image 16 0f 22 thumb Plants: image 17 0f 22 thumb Plants: image 18 0f 22 thumb
Plants: image 19 0f 22 thumb Plants: image 20 0f 22 thumb Plants: image 21 0f 22 thumb Plants: image 22 0f 22 thumb




Voormalige steenfabriek Rusthoven ligt aan het in de 15e eeuw gegraven Damsterdiep, bij het gehucht Eekwerderdraai, even ten westen van Appingedam.
Deze in 1804 opgerichte steen- en pannenbakkerij is gesitueerd tussen het landgoed van de borg Ekenstein en de onlangs gerestaureerde borg Rusthoven.
De oprichter van de fabriek is Jan Hindrik Sissingh.
de eerste burgemeester van Loppersum, die woonde op de borg Rusthoven.
Behalve de steenfabriek vestigde hij ook een kalkbranderij met kalkschuur.
Stenen bakken lag toen voor de hand, omdat de vraag groeide en Rusthoven midden in het zeekleigebied stond.
Bovendien was het door de gunstige ligging aan het Damsterdiep een goede aanvoerplek voor turf uit de Veenkoloniën.
Het tichelseizoen liep van april tot oktober.
Rusthoven maakte destijds gebruik van buitenlandse werknemers uit Lippe.
Deze zogeheten 'Lipkers' kwamen in ploegen en namen het werk aan per seizoen.
In 1836 is de fabriek verkocht aan advocaat lohannes Koning Uilkens uit Loppersum,
die de fabriek heeft uitgebreid met een aantal droogloodsen en de kalkbranderijheeft gesloten.
In de tijd van Sissingh en Uilkens werd de klei handmatig gewonnen en met paard en wagen naar de fabriek getransporteerd.
Tussen 1863 en 1924 is de Bolsloot gegraven, die rechtstreeks naar de oude kleischuur leidde.
In 1924 is de fabriek gemoderniseerd door de nieuwe eigenaar Berend van der Veen,
die nieuwe loodsen heeft laten bouwen en het bedrijf van een ringoven met 24 kamers heeft voorzien.
Van der Veen tichelde de klei machinaal af met een excavateur en vervoerde de grondstof met een diesellocomotief en kiplorries over een smalspoortje naar de fabriek.
In 1937 raakte de kleireserve ten noorden van de fabriek uitgeput
en daarna werd de klei gewonnen aan de zuidkant van het Damsterdiep en per vrachtauto angevoerd.
Het bedrijf is in 1965 gesloten, omdat het bedrijf niet kon moderniseren en investeren.
Het droogproces moest kunnen plaatsvinden in nieuw te bouwen warme-luchtkamers,
de oven moest vervangen worden en het transport moest plaatsvinden met elektrische treintjes en heftrucks om nog concurrerend te kunnen werken.
De toenmalige eigenaar kon of wilde deze investeringen in de jaren vijftig niet financieren,
zodat het tichelwerk op traditionele wijze bleef werken, hetgeen leidde tot de sluiting.
Tot 1975 bleven er twee beheerders op de fabriek die zorgden voor de verkoop van stenen en machines en voor het onderhoud,
in 1975 is de fabriek voor f 77.000 via een veiling gekocht door de heer Schoenmaker, die verschillende industrieel archeologische monumenten bezit,
zoals de strokartonfabriek De Toekomst in Scheemda en de boerderij van Boelo Tijdens in Westerwolde.
De fabriek heeft een cultuurhistorische waarde.
Inde provincie Groningen is het de enige fabriek waar nog een ringoven aanwezig is.
In heel Nederland waren 148 ringovens en daarvan zijn er nog slechts 9. De droogschuren zijn nog in een redelijke staat,
maar op de foto is te zien dat het oprukkende struweel bezit van de schuren neemt.
Er zijn plannen om van de fabriek een baksteenmuseum te maken.
Een Werkgroep tot Behoud van Rusthoven heeft geprobeerd de fabriek te kopen voor f 100.000, maar Schoenmaker wilde er ƒ 300.000 voor krijgen.
Bij een tweede poging om tot minimaal behoud te komen door de ringoven en de schoorsteen te behouden,
was mogelijk via een projectontwikkelaar die bij de borg landgoederen wilde plaatsen.
Dit ging echter niet door omdat de gemeente Loppersum het aantal landhuizen te hoog vond.
Dat was in 1997 en toen was de vraagprijs inmiddels opgelopen tot ƒ 500.000.
Een en ander betekent dat de steenfabriek steeds meer in verval raakt en blootgesteld is aan weer, wind en baldadigen.
En dat heeft ook zijn aantrekkelijke kanten.



Bron: Noorderbreedte, Jan Abrahamse